
FMN: Zo creëren we samen sneller en beter openbaar vervoer
Optimaal inspelen op wat reizigers willen: hogere frequenties, extra stations, kortere reistijden en betere aansluitingen met de bus. De reizigers krijgen maar liefst ruim 30% groter spooraanbod. Beter en sneller dat is het hoofddoel van “Het Nieuwe Spoorplan”. En beter aansluiten op wat overheden willen: beter en meer spoorvervoer, meer treinreizigers, efficiëntere exploitatie en lagere kosten. Ook dat is het doel van Het Nieuwe Spoorplan.
De hoofdlijnen van dit plan zijn op 16 februari 2011 gepresenteerd door de Federatie Mobiliteitsbedrijven Nederland. Nu presenteert de FMN de uitwerking: ‘sneller beter’. De regionale vervoerders kiezen dit motto omdat ze de trein sneller aantrekkelijker willen maken. Dat kan bij zowel Intercity’s als RegioSprinters (zoals zij hun stoptreinen noemen). Hoe? De regionale vervoerders borduren voort op twee succesformules: marktwerking en multimodale netwerken. Dat betekent de Intercity’s in stand houden en de RegioSprinters buiten de brede Randstad onderdeel maken van regionale openbaar vervoernetten (dus van trein én bus). Intercity’s kunnen drie keer beter:
1. frequenter dankzij het Programma Hoogfrequent Spoor
2. sneller en punctueler omdat ze niet langer als stoptrein rijden
3. efficienter door effectievere gunning (in 1 of 3 bundels)
Vergeleken met de huidige stoptreinen van de NS zijn RegioSprinters op alle fronten wervender:
1. bieden hogere frequentie
2. kennen efficiëntere exploitatie
3. trekken meer treinreizigers
4. krijgen hogere rapportcijfers
5. scoren hogere punctualiteit
6. hebben winterhard materieel
7. geven betere aansluitingen met de bus
8. zijn duurzame en toegankelijke treinen
9. veroorzaken minder hinder bij calamiteiten
10. halen meer automobilisten uit de auto
Het Rijk kan deze voordelen inboeken door het hoofdrailnet in delen te gunnen: Intercity’s (één tot drie bundels) en RegioSprinters (vijf regionale netten). De regionale vervoerders voldoen graag aan de opgaven voor het spoor van dit kabinet: betere kwaliteit, meer effectiviteit, grote besparingen, toegankelijker treinen en betere grensverbindingen. De precieze hoogte van de besparingen hangt af van de concessievoorwaarden voor het hoofdrailnet en de gunning (al dan niet na aanbesteding) van de verschillende (deel)netten van Intercity en RegioSprinter.
Uit onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam blijkt dat de besparing voor de intercity’s en de vijf regionale netten minimaal 210 miljoen euro per jaar bedraagt ten opzichte van NS. Het dienstregelingontwerp van de vijf regionale netten van Het Nieuwe Spoorplan is goedgekeurd door ProRail: ze vergen minimale investeringen in extra infrastructuur (één wissel, enkele keersporen, dertien stations) en zijn prima uit te voeren én bij te sturen. En Het Nieuwe Spoorplan wordt aanbevolen door de Zwitserse Spoorwegen (SBB), voorloper op het gebied van
samenhang tussen verschillende netten met verschillende vervoerders in een land waar het gebruik van de trein sneller groeit dan die van de auto.
Tot slot de beloften aan de reizigers:
-In RegioSprinters kunnen reizigers altijd gelijkvloers instappen
-In RegioSprinters zien reizigers altijd schermen met actuele reisinformatie
-In nieuwe RegioSprinters kunnen reizigers altijd gewoon naar de wc
-Nieuwe RegioSprinters rijden altijd op groene stroom of schone diesel
Als Europese spelers met ruime expertise zijn de regionale vervoerders gewend om grote spoornetten te exploiteren. Zij staan te popelen om ook op het hoofdrailnet te beginnen.
Bovenstaande is een samenvatting van Het Nieuwe Spoorplan. Benieuwd naar het complete verhaal? Download dan hier het volledige rapport.