
FMN procedeert door voor openstelling markt
De Federatie Mobiliteitsbedrijven Nederland is er van overtuigd, dat de plannen van de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat om het hoofdrailnet per 1 januari 2025 onderhands te gunnen aan de Nederlandse Spoorwegen, geen goede keuze zijn. In de eerste plaats omdat de reiziger daarmee de beste vervoersoplossingen ontzegd wordt. Ten tweede, omdat de voorstellen volgens FMN ook in strijd zijn met het Europese Recht. Daarom voert de FMN meerdere juridische procedures tegen de voorgenomen plannen.
Kort Geding december 2022; spoedappèl
Op 13 december 2022 deed de Rechtbank in Den Haag een uitspraak in het kort geding tussen de Federatie Mobiliteitsbedrijven Nederland (FMN) en de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Onderwerp van de procedure is de voorgenomen onderhandse gunning van het Hoofdrailnet aan NS per 1 januari 2025. FMN is van mening dat die gunning in strijd is met de Europese PSO-verordening en dus verboden moest worden. Ook de alliantie van Europese commerciële railbedrijven (Allrail) en Flixtrain hebben zich in de procedure gevoegd.
In haar uitspraak wees de Voorzieningenrechter de vorderingen af. Zij greep daarbij terug op de eerdere uitspraak in kort geding. De Voorzieningenrechter concludeerde, net als in de uitspraak van 1 december 2020, wel dat de voorgenomen onderhandse gunning mogelijk wel in strijd is met het EU-recht. Toch zag zij af van een ingreep vanwege de verstrekkende gevolgen die dat volgens de Voorzieningenrechter zou hebben.
FMN kan zich op een groot aantal punten niet in de uitspraak vinden. Daarom heeft zij daartegen spoedappèl ingesteld bij het Gerechtshof in Den Haag. De zitting daarvan dient 3 april 2023.
Bodemprocedure
Daarnaast heeft FMN een bodemprocedure aangespannen tegen de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over de voorgenomen onderhandse gunning. De zitting in die procedure is ingepland voor 27 maart aanstaande.
Klacht Europese Commissie
Ten slotte heeft FMN een klacht ingediend bij de Europese Commissie. Deze klacht is nog in behandeling. De Eurocommissaris voor Vervoer, mevrouw Adina Vălean, heeft in een brief aan Staatssecretaris Heijnen aangegeven dat de door Nederland gekozen route voor onderhandse gunning aan de NS in strijd is met de principes van liberalisering van de Europese Spoormarkt. Dat brengt volgens de Eurocommissaris significante juridische risico’s met zich mee voor Nederland. Zij heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat ook aanbevolen om een marktanalyse uit te voeren, zodat achterhaald wordt welke spoorverbindingen op belangstelling vanuit de sector kunnen rekenen. Zo kan uitvoering gegeven worden aan het centrale uitgangspunt van het Europese recht dat open toegang voor spoorverbindingen voorop stelt en concessies juist naar de tweede plaats verwijst. Ofschoon de staatssecretaris in een debat met de Tweede Kamer op 1 november 2022 erkende dat het niet uitvoeren van die analyse flinke juridische risico’s oproept en financiële schade veroorzaakt, ziet zij daar op aandringen van het Nederlands parlement toch van af.