
FMN’s visie OV20-30 bewijst zowel het belang van als de kansen op doorontwikkeling van de regionale spoor- en busnetwerken tussen nu en 2030 voor de Noordelijke provincies, Gelderland en Overijssel, Limburg en Zeeland en West-Brabant.

FMN roept de staatssecretaris daarom op decentralisatie niet nog jaren uit te stellen, maar de ambitie van dit kabinet juist nu te realiseren, gesteund door provincie, reizigers en de vervoerders van FMN.

Reizigersorganisatie Rover roept op tot beter en meer regionaal openbaar vervoer. In deze presentatie toont de organisatie aan waarom dit belangrijk is en hoe we dit kunnen bereiken.

Sinds eind 2016 worden de stoptreinen en intercity’s op de trajecten Roermond – Maastricht Randwyck en Sittard – Heerlen door twee verschillende vervoerders geëxploiteerd. Onderstaande presentatie toont de effecten van deze decentralisatie.

Decentralisatie van regionale spoorlijnen zet de reiziger op één, biedt de provincie meer zeggenschap over haar eigen mobiliteits- en duurzaamheidsagenda en verbindt (regionale) economische kerngebieden.

In het regeerakkoord is het voornemen opgenomen ProRail om te vormen van haar huidige vorm als privaatrechtelijke BV naar een publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). Het position paper van FMN over deze kwestie is hier te lezen.

Met betrekking tot ordening op de spoormarkt staan voor FMN twee belangrijke thema’s voorop: het gelijke speelveld en de impact van het Vierde Spoorpakket op de spoorordening. Wij delen graag onze visie middels onderstaande position paper.

De waardering van het regionale openbaar vervoer is hoger dan ooit. De gebruikers van bus, tram, metro, regionale trein en veerdienst waarderen het regionale openbaar vervoer gemiddeld gezien met een 7,6. Dit blijkt uit het jaarlijkse reizigersonderzoek.

In lopende concessies moet meer ruimte komen voor flexibel en vraaggericht openbaar vervoer, ook voor andere partijen dan de zittende vervoerder. Nieuwe concessies moeten vernieuwing aanjagen en randvoorwaarden beter benoemen.

Als meer dan 40 procent van de reizigers nu moet overstappen op een grens van het hoofdrailnet, dan verdienen zij een doorgaande verbinding. Dat is het voorstel van de Federatie Mobiliteitsbedrijven Nederland in het rapport Aansluiten en versterken.

Dit rapport vormt een analyse van het 4e Europese spoorwegpakket. Het toont de impact en gevolgen van deze ontwikkelingen voor het Spoorplan van FMN. Uiteraard in afstemming met de opdrachtgevers en decentrale overheden die treindiensten aanbesteden.

Het Nieuwe Spoorplan gaat uit van de wensen van de individuele reiziger. Treinen die vaker rijden. treinen die niet onnodig stoppen, maar ook treinen die juist op alle kleine stations stoppen. Treinen met een optimale aansluiting op bussen. Vervoer van deur tot deur.